Zingen met heel je lijf!

Als je leert zingen, leer je meer dan alleen geluid maken met je stembanden. Zingen doe je met je hele lijf. Je hele lijf resoneert wanneer je klank maakt. Als je zingt, doet dat ook iets met je energie en de spanning in je lichaam. Andersom merk je het ook goed wanneer je gespannen bent en dan wilt zingen: dat lukt niet prettig en klinkt vaak benauwd en geknepen. Alles telt bij zingen: je houding, de ontspanning, de mate waarin je je hele lijf als klankkast kunt gebruiken, of je open of gesloten staat in de ruimte.. In mijn lessen werk ik veel met vocaalademruimten (Ilse Middendorf): anatomische ruimten in het lichaam die uitzetten tijdens het ademen om een optimale, ontspannen stemgeving te ondersteunen. Het maakt je bewust van de totale fysieke ervaring van het zingen. Zo voelt een 'oe' heel anders dan een 'ie'. Ademvocaalruimten werken in het gunstigste geval optimaal samen met de resonantieruimten (zoals de keel-, mond- en neusholte). Een vrije, actieve en flexibele ademstroom vanuit de juiste ruimten in de romp zorgt ervoor dat de stembanden optimaal kunnen trillen. Hierdoor kan de klank zich in de bovenliggende holtes vrij versterken zonder dat de spreker of zanger de keel hoeft te forceren. Oftewel: vrij en natuurlijk zingen met weinig 'moeite' en veel plezier. Als je normaal gesproken veel in je hoofd zit (alsmaar aandacht hebt voor de doorgaande stroom van gedachten en oordelen) dan is deze methode een verademing, omdat je vooral gaat voelen en niet gaat denken. Neem eens een zangles om dit zelf te ervaren!